/noindex>


Spinoza, spinazie en Popeye

Asis Aynan naast Baruch Spinoza

Popeye, Olijfje en Bluto. U kent deze strip- en tekenfilmpersonages misschien. Popeye en Bluto strijden iedere aflevering om de hand van de preutse, slungelige en onaantrekkelijke Olijfje. Steeds delft Popeye het onderspit.
Toen ik deze woorden schreef, vroeg ik mij af waar de uitdrukking ‘het onderspit delven’ vandaan komt. De uitdrukking stamt uit de middeleeuwen. Bij het graven (delven,spitten) van een sloot of gracht is er altijd iemand die in het water of in modder staat. Die ene werker met zijn poten in de blubber doet zwaarder werk dan degenen die op een hoger gelegen stuk staat. Hij staat onder hen, die het makkelijker hebben. Voila: het onderspit delven.
De filosoof Baruch Spinoza woonde in Amsterdam. Hij werd door zijn gemeenschap verstoten. Omdat hij ‘vreselijke ketterijen’ en ‘monsterlijke daden’ op zijn geweten zou hebben. Met die ketterijen en daden werd Spinoza’s denken bedoeld. Hij was een autonoom en onafhankelijk denker en zijn gemeenschap achtte dat als levensgevaarlijk. Spinoza bleef na de banvloek in Amsterdam, maar toen hij een jaar later door iemand met een mes werd aangevallen, verliet hij de hoofdstad.
Het is hier aan de Amstel, bij het standbeeld van Baruch Spinoza, met op de sokkel het citaat ‘Het doel van de staat is de vrijheid’ eenvoudig, misschien wel goedkoop om een verbinding te zien met de Nederlandse samenleving en die ene bevolkingsgroep die het nu behoorlijk te verduren heeft.
Onlangs week werden de resultaten gepubliceerd van een peiling. Niet alleen de steun voor politieke partijen wordt gepeild, maar ook die voor een groep individuen. Uit die peiling bleek dat 43 procent van de ingezetenen in dit land liever minder Marokkanen wil. Let op het woordje liever.
Je zou maar een Marokkaanse Nederlander zijn.
Maar ik wil deze relatie hier niet leggen. Te makkelijk, te vermoeiend en deze plek onwaardig.
Ik wil het hier hebben over de zin van het onderspit delven.
In de jaren tachtig werd de Marokkaanse gemeenschap geteisterd door een vlaag: van huis weglopen. Voornamelijk door meisjes. Alleen al in mijn familie ken ik verscheidene gevallen. Te laat thuiskomen, Madonna, vaders woede trotseren, lippenstift, een vriendje, eigenzinnigheid, modern gekleed, niet willen bidden, zwanger raken, zomaar een paar redenen waardoor het meisje bij de familie in ongenade viel. Thuis werd het meisje na verschillende waarschuwingen geëxcommuniceerd, als ze niet veranderde was het een kwestie van tijd dat ze het ouderlijk huis moest verlaten.
Als je in die tijd bij een familie op visite kwam en het gezin had opeens een lid minder, dan wist je hoe laat het was. Er werd overigens absoluut niet over fenomeen gesproken.
Dat waren de jaren tachtig. In onze tegenwoordige tijd lijkt het van huis weglopen opgelost. Jaaaa, klopt, u kunt mij voor de voeten werpen; de blijf-van-mijn-lijf-huizen dan… Die zijn er bij wijze van spreken voor in de plaats gekomen. Maar dat is een andere problematiek.
Mijn huidige vriendengroep bevat een aantal van die meisjes die ooit van huis wegliepen. Ze zijn voor het leven getekend. De pijn is van hun gezicht af te lezen. Het is treurig en een schande dat zij het kruis moeten dragen. Maar dat kruis heeft zin gehad. Nut. Hun dwarsheid en eigen wil heeft letterlijk en figuurlijk de moraal van een complete gemeenschap veranderd. Net als Spinoza. Hij moest een hoge prijs betalen, maar het is niet voor niets geweest. Zijn ideeën, zijn bijdrage aan de politieke filosofie en ethiek is groot. En tot op de dag van vandaag actueel en bruikbaar.
De weggelopen meisjes en Spinoza moesten het onderspit delven, opdat wij kunnen stromen.

Als Popeye weer eens tot moes was geslagen door Bluto, haalde de kale zeeman met zijn laatste krachten een blikje spinazie uit zijn matrozentruitje. De spinazie gaf Popeye superkracht waarmee hij Bluto knock-out sloeg. Bluto’s verdiende loon.
Maar er had iets anders op Popeye’s blikje moeten staan in plaats van spinazie. Namelijk: Spinoza. Dan had Popeye geweten dat geweld voor de barbaren is.

Asis Aynan is schrijver en columnist van ZemZem en Folia Magazine. Eind mei verschijnt bij Uitgeverij Jurgen Maas zijn boek Gebed zonder eind, dat met een oorlogsaanzegging begint en eindigt met een liefdesverklaring.